Ongeremd

Ongeremd

Het was dus niet zijn eigen idee om hier aan deel te nemen, maar hij stond er nu maar wel mooi. Om hem heen stonden andere deelnemers uitgelaten met elkaar te praten en te lachen. Het leek hen niet te deren wat hen te wachten stond. Hem wel, maar hij wilde zich nu niet meer laten kennen. Hij had immers toegezegd en was er nu, dus terugkrabbelen was er niet meer bij. Ik zag in zijn ogen dat hij eigenlijk baalde.

Het gebeurde hem vaker, dat hij in dit soort situaties belandde. Zijn eigen enthousiasme in combinatie met het gebrek aan weerstand tegen overredingskracht van anderen, maakten dat hij in de meest wilde avonturen meegezogen werd. Het had hem de hele wereld over gebracht. Overal was hij geweest. Geen avontuur was te dol.

De eerste keer dat ik hem tegen was gekomen, was na afloop van een feest in het dorp. Hij kwam nog iets eten in de horecagelegenheid waar ik werkte. Zijn toestand was overduidelijk zoals die bij velen na dergelijke dorpsfeesten was. Het verschil zat er echter in dat hij vriendelijk bleef. Een gentleman. Dit laatste probeerde hij tenminste. Zijn wankele houding bemoeilijkte het iets. Het had niet uitgemaakt. Mijn sympathie had hij vanaf dat moment.

‘It’s just nothing but wonderful’, schreeuwde hij enthousiast uit. Ik had werkelijk geen idee waar hij het over had, noch waarom we midden in een afdaling stopte. Hij zat op zijn hurken in de berm, kijkend naar iets wat ik niet meteen zag. Toen ik dichterbij kwam, bleek het een rups. Hij was er druk mee in gesprek. Een nieuwe vriendschap ontstond voor mijn ogen.

Tijdens feestjes was hij een graag geziene gast. Hij was vriendelijk en charmant, gezellig en vanwege zijn hele manier van doen een gewillig onderwerp van plagerige spot. Naarmate de avond vorderde, nam dit toe. Hij droeg hier niet zelden zelf aan bij. Tot hij plots weg was. Daar kon je de klok op gelijk zetten. Hij was plots, zonder afscheid, weg.

Vaak kwam ik hem in de stad tegen. Hij liep dan met twee onmiskenbare plastic tassen van een grootgrutter rond, enigszins verdwaasd om zich heen kijkend. In deze tassen droeg hij onder andere kranten, een kledingstuk, wat te eten en regelmatig een volle mok thee met zich mee. Als er een behoefte van enige vorm geuit werd, begon hij midden op straat zijn tassen uit te pakken. Ongemakkelijk en vervuld met schaamte stond je hier dan naast. Vaak had hij dan wel bij zich wat je nodig had op dat moment, en mocht je dit meteen hebben. Op dergelijke momenten bestond zijn belang niet.

Na verloop van tijd werden de plotselinge aftochten talrijker. Verzuim trad ook op andere plaatsen op. Relaties en dienstverbanden kwamen onder toenemende spanning te staan. Het kreeg een dusdanige omvang, dat hij hulp nodig had. Hij verdween enkele maanden uit eenieders leven. Bij terugkomst waren en goede intenties, hoopvolle gedachten en enthousiaste plannen. Alles zou anders worden.

Iedere activiteit die je met hem ondernam, leidde tot het vol overgave storten in een nieuw avontuur. Inmiddels kon dat niet meer. Te velen zaten achter hem aan. Zomaar overeenkomsten en verplichtingen aangaan, was nooit zijn sterkste kant geweest. Nu mocht het simpelweg niet meer. Het verleden drukte nog te zwaar op zijn nieuwe leven.

Op een dag vertelde hij over zijn geboorteland en zijn jeugd. Het was er een van een pluk gras in de wind geweest. Eigenlijk was zijn leven daarna niet anders geweest. Enthousiasme en afwezigheid van remmen sleurden hem van hot naar her. Er kwam meer op zijn pad, dan goed voor hem was. Na de eerste behandelingen was hij echter vol goede hoop. Nu zou het goed komen.

De eerste behandelingen waren onvoldoende. De tweede ook, net als de derde. Toen we op een sneue Tweede Kerstdag onder de TL-verlichting van de kantine zaten te praten over zijn progressie, vertrouwde hij me toe dat hij het gevecht nu zou winnen. Twee weken later zou hij naar huis mogen, en dan zou het opnieuw starten.

Toen we hem ophaalden voor zijn nieuwe start, was hij opgetogen. We genoten van een gezamenlijke lunch, die hij per se wilde betalen. Zijn nieuwe leven stond dit eigenlijk niet toe. Er waren nog te veel achterstanden weg te werken. Toch wilde hij het, al schrok hij van de rekening toen deze kwam. Ik zag een blik in zijn ogen die ik vaker had gezien. De blik die vertelde dat hij er eigenlijk van baalde.

Over de tafel keek hij me aan. ‘Weet je wat het is. Het is een gevecht. Je moet zorgen dat je het gevecht wint. Dat is de enige manier. Het is een ziekte. Ik moet winnen. Zorg alsjeblieft dat je het gevecht wint. Ik ga het winnen. Hij wist het zeker.’

 

 

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *