Protserig

Protserig

Mijn vriend is de leukste. Ik weet dat iedereen dat vindt van zijn of haar vriend. In mijn geval is het ook zo. Hij is lief, zorgzaam, knap, sportief, intelligent, heeft een goede baan, sociaal en goed in bed. Ik heb geen klagen. Het lukt me bijna niet om minpuntjes aan hem te vinden. Soms helpt het universum daar echter een handje bij. Vaak ongevraagd. Dan lukt het me plots wel. Ook als ik er eigenlijk niet naar zoek.

Wij hebben het als jong stel voor elkaar. In ieder geval in materiële zin. We hebben goede banen en verdienen hier ook naar. We zijn niet steenrijk of gewoon rijk, maar wel welvarend. Mijn vriend heeft soms echter de neiging dit groter te maken dan het is. Niet gewoon ‘welvarend’, maar ‘bovengemiddeld welvarend’. Dat vind ik niet leuk aan hem. Ik voel me dan zelfs een beetje opgelaten. Ik vind dat het afleidt van zijn leuke eigenschappen. Toch word ik er af en toe mee geconfronteerd. Dat is immers wat het universum doet. Kennelijk.

Zo ook recent. We waren na een lange oriëntatie een beddenzaak ingestapt, alwaar het doel een nieuw bed bestellen was. Ons besluit was niet gunstig uitgevallen voor de dure merken die op televisie adverteren. We verdienen weliswaar goed, maar vier getallen in de prijs vonden we voldoende. Persoonlijk vond ik drie getallen zelfs wenselijker, maar dat leek niet haalbaar. Vier dus, met een laag eerste getal bij voorkeur.

Al bij binnenkomst merkte ik dat hij zich wat anders begon te gedragen.  Grote uitgave, grote meneer – dat soort gedrag. Alsof het hem niets kon schelen, reageerde hij achteloos knikkend op voorstellen voor tot een meerprijs leidende opties. Naarmate hij dit vaker en achtelozer deed, begon ik me meer te irriteren. Te generen ook. Dit gevoel werd sterker naarmate ik merkte dat de verkoper het ook irritant vond. Ik verzocht het universum in stilte om me niet langer te confronteren met de toch wel degelijk mindere eigenschappen die ook mijn vriend heeft. Het was me duidelijk, en zodoende genoeg.

“Weet je, doe gewoon maar. Het maakt voor ons namelijk niet uit”, hoorde ik hem in de verte tegen de verkoper zeggen. Ik voelde m’n wangen warm worden. Wie zegt dat soort dingen? Nog voor ik me verder kon opwinden, bleek het universum mijn verzoeken om zijn patserige gedrag in te dammen te hebben gehoord. Het handelde via de verkoper. “Meneer, ik ben heel blij met u als klant en help u graag aan een nieuw bed. Laten we elkaar echter niet te veel voor de gek houden. Alleen op dit rijtje zitten al drie beddenzaken die aanzienlijk duurder zijn dan wij. Wij zijn een prijsvechter. Als het u niets zou uitmaken, was u hier niet binnen gestapt.” Mijn vriend vertoonde een blik die een jonge labrador heeft wanneer hij een tik op z’n neus krijgt omdat hij iets te eten van tafel wil pikken. Omdat het een lieve man is, reageerde hij niet zoals veel andere mannen zouden doen. In plaats van boos te worden of gekrenkt te reageren, was hij namelijk dicht geslagen. Ik heb de bestelling van het bed verder afgehandeld, en snel daarna liepen we al weer buiten.

“Wat een eikel”, had hij gezegd zodra we buiten stonden. Ik had hem aangekeken. “Ja, inderdaad. Het is daarom ook maar goed dat die meneer je even terugfloot.” Hij had me beteuterd aangestaard, als een kind wiens ijsje door smelten van het stokje valt. Ik had hem snel een zoen op zijn mond gegeven en was doorgelopen. Mijn vriend is de leukste.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *